Wegwijs in de wetgeving over outplacement

Outplacement na individueel ontslag

Bij outplacement na individueel ontslag volgt u deze stappen om na te gaan welke wetgeving van toepassing is :

1. Bij individueel ontslag toetst u eerst af of de Algemene Regeling ( cfr Wet op het Eenheidsstatuut ) geldt. Dit is het geval als de ontslagen medewerker minstens 30 weken opzegtermijn heeft. Deze regelgeving geldt zowel voor de private als de publieke sector.

2. Zo niet, controleert u vervolgens of de ontslagen werknemer op het moment van ontslag 45 jaar is én ten minste 1 jaar dienstanciënniteit heeft. In dat geval is de Bijzondere Regeling van toepassing, d.w.z. outplacement volgens de CAO 82 bis. Deze regeling geldt niet voor de publieke sector.

3. Indien ook deze regeling niet van toepassing is, is er geen verplichting om outplacement aan te bieden aan de werknemer. De werkgever kan wel een vrijwillig aanbod outplacement doen volgens CAO 51 of kan een andere vorm van ontslagbegeleiding buiten het wettelijk kader aanbieden.

Het aantal uren begeleiding, de fasering van het outplacement, de aanbodprocedure, de garantieperiode, het sollicitatieverlof, …  zijn wettelijk bepaald!  In het schematisch overzicht Bijzondere en Algemene regeling vindt u de belangrijke elementen uit de wetgeving, met ook aandacht voor de uitzonderingen.

Outplacement bij collectief ontslag (sluiting of herstructurering)

Voor outplacement bij collectief ontslag geldt er een ander wetgevend kader.

Belangrijke wetteksten zijn ondermeer KB 22 april 2009, KB 9 maart 2006, De Wet Renault, .....

Het criterium voor de toepasbaarheid van deze wetgeving is het aantal betrokken werknemers. (zie pdf voor verdere info)

Inhoudelijk en qua kwaliteitseisen gelden dezelfde verplichtingen als bij individueel outplacement. Het aantal begeleidingsuren bedraagt echter min. 30 uren gedurende max. 3 maanden voor < 45-jarige en min. 60 uren voor > 45-jarigen.

Bij outplacement in het kader van collectief ontslag wordt een tewerkstellingscel opgericht, waarin ITINERA samenwerkt met de werkgever, vakbonden, arbeidsbemiddelingsdienst en opleidingsinstanties (sectoraal vormingsfondsen).